Waarom loopt samenwerking tussen ouders en hulpverleners vast?
Waarom loopt de samenwerking tussen ouders en professionals zo vaak vast?
Samenwerking & communicatie
Marianne van de Werken
Samenwerking & communicatie
05/12/2026
9 min
0

Waarom loopt de samenwerking tussen ouders en professionals zo vaak vast?

05/12/2026
9 min
0

Samenwerken rondom een kind zou vanzelfsprekend moeten zijn. Iedereen wil dat het goed gaat met het kind. Toch loopt het in de praktijk vaak vast.

Ouders komen gespannen aan tafel. Hun hoofd zit vol. Ze voelen zich al een tijd niet gehoord. Soms zijn ze boos. Soms trekken ze zich terug. En soms komen ze helemaal niet meer. Tegelijkertijd werken professionals onder tijdsdruk. Dossiers moeten door. Er is weinig ruimte om eerst stil te staan bij wat er echt speelt.

En daar gaat het mis.

Als ouders het gevoel hebben dat ze zich moeten verdedigen, valt het vertrouwen weg. Als er geen ruimte is voor wat er onder het gedrag zit, stokt het gesprek. Het loopt dus niet vast omdat mensen het niet willen. Het loopt vast omdat er afstand ontstaat aan tafel. Omdat spanning het overneemt. Omdat er niet meer echt geluisterd wordt.

Bij Like a Buddy zien we dit dagelijks. We werken met ouders die vastlopen en met de gemeenten en professionals om hen heen. Wat we zien: het gaat niet mis doordat iemand iets fout doet. Het gaat mis omdat er iets ontbreekt tussen de formele hulp en wat ouders nodig hebben.

In dit blog laten we zien wat er onder de oppervlakte speelt. Waarom goede intenties niet genoeg zijn. En wat er nodig is om het gesprek weer op gang te krijgen voordat het verder vastloopt.

Wat zien we in de dagelijkse praktijk gebeuren?

In de praktijk begint het vaak klein. Een ouder die later reageert. Een gesprek dat stroef verloopt. De toon die verandert. Maar als daar niets mee gebeurt, loopt het verder vast.

We zien steeds dezelfde signalen terugkomen. Ouders die boos zijn of wantrouwen voelen richting instanties. Professionals die het gevoel hebben dat ze geen stap verder komen. Gesprekken die blijven hangen. Trajecten die stoppen of opnieuw beginnen. En soms loopt het verder op. Naar een klacht, een rechtszaak of een uithuisplaatsing die misschien voorkomen had kunnen worden.

Wat je aan de buitenkant ziet, is vaak weerstand. Maar dat is zelden onwil. Het laat zien dat er iets speelt onder de oppervlakte. Dat het contact niet meer goed loopt.

Wat zit er dan echt onder?

Weerstand bij ouders heeft zelden één oorzaak. Wat we zien is dat meerdere dingen tegelijk spelen en elkaar versterken. Als je dat niet ziet, blijf je reageren op wat je aan de buitenkant ziet, terwijl het echte probleem daaronder zit.

We zien vier dingen steeds terugkomen. Ouders die zich niet gelijkwaardig voelen aan tafel. Een hoofd dat zo vol zit dat emoties het overnemen. Professionals die geen ruimte hebben voor het informele stuk. En wantrouwen richting het systeem dat vaak al voor het eerste gesprek is ontstaan.

Een gevoel van ongelijkwaardigheid

De professional heeft kennis, een dossier en een mandaat. De ouder zit in emotie, onzekerheid en vaak ook in schaamte. Dat kan al snel voelen als: jij beoordeelt mij. Terwijl de professional gewoon zijn werk doet.

Dat gevoel van ongelijkheid is wel echt wat ouders ervaren. En waar dat gevoel er is, ontstaat wantrouwen. Dat zit ook in de taal. Professionals praten over trajecten, indicaties en plannen van aanpak.

Ouders praten over zorgen, angsten en wat er thuis gebeurt. Die twee sluiten niet vanzelf op elkaar aan. En als een ouder de taal niet begrijpt, of het gevoel heeft dat er over hem wordt gepraat in plaats van met hem, trekt hij of zij zich terug.

Daar komt bij dat een professional niet kan zeggen: “Ik weet hoe je je voelt.” Want dat is meestal niet zo. Een professional heeft die situatie niet zelf meegemaakt. Dat is logisch. Maar voor een ouder die zich al langere tijd niet begrepen voelt, vergroot dat de afstand.

Gelijkwaardigheid betekent niet dat iedereen dezelfde rol heeft. Het betekent dat een ouder zich gezien en serieus genomen voelt. Dat er ruimte is voor het verhaal van de ouder, naast alles wat er inhoudelijk besproken moet worden.

Ouders reageren emotioneel

Ouders reageren emotioneel

Veel ouders zitten al maanden met hun handen in het haar. Er zijn veel zorgen om hun kind. Misschien vanwege stress door een scheiding die niet lekker loopt, schulden die oplopen of een thuissituatie die steeds zwaarder wordt. Ze slapen slecht en ze piekeren. Ze proberen overeind te blijven terwijl ze de controle langzaam verliezen.

En dan moeten ze ook nog naar een gesprek.

Als een ouder met zo'n hoofd aan tafel gaat zitten, is de ruimte om rustig te luisteren en helder te reageren al bijna weg. Een klein misverstand, een verkeerd gekozen woord of het gevoel dat er niet echt geluisterd wordt, is dan genoeg om het gesprek te laten ontsporen. Omdat er simpelweg geen ruimte meer is in het hoofd.

Dat zeggen ouders zelf ook. "Mijn hoofd zit vol." "Ik heb het overzicht niet meer." "Er komt zoveel op me af dat ik tijdens zo'n overleg niet meer goed kan meedenken."

Die emoties zijn begrijpelijk. Ze zijn legitiem. Maar ze zijn niet altijd bevorderlijk op het moment dat er belangrijke beslissingen genomen worden. En dat weten ouders vaak ook zelf. Wat ze nodig hebben is een plek waar die emoties eerst mogen zijn, voordat ze het gesprek met een hulpverlener ingaan. Een plek waar ze boos mogen zijn, mogen huilen, mogen zeggen hoe het echt is. Zonder dat het direct consequenties heeft.

Als die plek er niet is, belandt de emotie aan de professionele tafel. En dan loopt het gesprek vast.

Geen ruimte voor het informele stuk vanuit professionals

Professionals willen ouders helpen. Dat staat vast. Maar ze werken in een systeem waarin dossiers, rapportages en voortgang centraal staan. De tijd is beperkt. De caseload is hoog. En gesprekken gaan vaak over de inhoud, het plan en de volgende stap.

Dat is ook hun rol.

Maar ouders hebben vaak eerst iets anders nodig. Ze willen hun verhaal kwijt. Even niet nadenken over wat er allemaal moet, maar zeggen hoe het echt is. Ze willen hun hart luchten, zonder dat er meteen iets mee gedaan wordt. Zonder dat het op papier komt. Zonder dat het gevolgen heeft.

Voor dat informele stuk is in de praktijk weinig ruimte. Niet omdat professionals het niet willen, maar omdat het systeem het niet toelaat. Een hulpverlener kan niet zeggen: “Bel me maar als je even wil praten.” De tijd is er niet. En de rol past er niet bij.

Wat er dan gebeurt, is dat ouders toch bellen. Of mailen. Of steeds opnieuw vragen stellen. De professional probeert te helpen, maar heeft die ruimte niet. De ouder voelt zich niet gehoord. En de frustratie loopt aan beide kanten op.

Waarom groeit het wantrouwen richting het systeem zo snel?

Wantrouwen richting hulpverleners of instanties ontstaat zelden in één keer. Het bouwt zich op.

Een ouder die zich een keer niet gehoord voelt, geeft het systeem vaak nog het voordeel van de twijfel. Maar als dat gevoel blijft terugkomen, als besluiten worden genomen zonder dat de ouder zich betrokken voelt, als de taal niet duidelijk is of als er meer mensen aan tafel zitten dan prettig voelt, dan verandert er iets. Het vertrouwen neemt af. En wat overblijft is een ouder die al in de verdediging zit voordat het gesprek begint.

Zeker bij ouders die te maken hebben met een uithuisplaatsing of een langdurig conflict met instanties, zit dat wantrouwen diep. Ze hebben het gevoel dat er over hen wordt beslist in plaats van met hen. Dat ze gezien worden als onderdeel van het probleem, in plaats van als iemand die ook het beste wil voor het kind.

Vanuit die plek is het bijna onmogelijk om open het gesprek in te gaan. Er ontstaat al snel een wij-tegen-zij gevoel. Terwijl iedereen aan tafel hetzelfde wil: dat het goed gaat met het kind.

Wat dit lastig maakt, is dat het zichzelf blijft bevestigen. Een ouder die wantrouwend binnenkomt, komt gespannen over. De professional ervaart weerstand en reageert zakelijker. De ouder voelt dat als bevestiging dat er niet echt geluisterd wordt. En zo blijft het doorgaan.

Doorbreken van dat patroon lukt meestal niet van binnenuit het systeem. Daarvoor is iemand nodig die daarbuiten staat. Iemand die de ouder begrijpt en naast hem of haar staat.

Wat is de prijs van een vastgelopen samenwerking?

Als deze patronen niet worden doorbroken, lopen de gevolgen verder op. En die zijn niet alleen merkbaar voor de ouder, maar voor het hele systeem.

Professionals besteden steeds meer tijd aan herhaalcontacten. Dezelfde vragen, dezelfde gesprekken, dezelfde uitleg. Dat kost tijd. Tijd die er al nauwelijks is.

Ondertussen lopen trajecten vertraging op. Of ze stoppen helemaal. Een ouder die afhaakt. Een samenwerking die vastloopt. Een kind dat tussen wal en schip valt. En als het dan weer opnieuw moet starten, begint iedereen opnieuw. Met alle tijd en energie die daarbij komt kijken.

In de zwaarste gevallen loopt het verder op. Naar een klacht, een rechtszaak of een uithuisplaatsing die misschien voorkomen had kunnen worden als er eerder iets was opgevangen. Een groot deel van de jeugdzorgkosten ontstaat doordat situaties te lang blijven liggen. Ouders krijgen pas hulp als ze al op hun tandvlees lopen. Dan is de schade groter, de inzet zwaarder en de weg terug langer.

En dat terwijl het in veel gevallen te voorkomen is. Met iemand die eerder naast de ouder staat. Die helpt om het hoofd wat leger te maken, structuur aan te brengen en het gesprek weer op gang te krijgen. Zodat het gesprek weer kan gaan over de inhoud, in plaats van over de emotie.

Wat is er wel nodig: buddy-ondersteuning van Like A Buddy

Wat is er wel nodig: buddy-ondersteuning van Like A Buddy

Wij geloven dat er een paar dingen nodig zijn om het gesprek weer op gang te krijgen.

Als eerste: een plek waar emoties er mogen zijn. Waar een ouder boos mag zijn of mag huilen, zonder dat het direct gevolgen heeft. Zonder dat het ergens wordt vastgelegd.

Daarnaast is het belangrijk dat een ouder zich gezien en serieus genomen voelt. Dat er iemand naast de ouder staat, niet erboven en niet ertegenover. Iemand zonder behandelrol en zonder oordeel. Daarom werken wij met buddy’s.

Een buddy van Like a Buddy is geen hulpverlener, maar een ouder met ervaring die naast een andere ouder staat. Iemand die weet hoe het is als de spanning thuis oploopt. Bijvoorbeeld door een kind met autisme of ADHD, een scheiding die niet goed loopt of een onveilige thuissituatie.

Een buddy herkent wat er speelt en kan daardoor anders luisteren. Zonder oordeel. Dat zorgt voor vertrouwen. Ouders voelen zich gehoord en staan er minder alleen voor.

Wat dat oplevert?

Een veilige plek voor emoties

Ouders moeten ergens boos kunnen zijn. Mogen huilen. Mogen zeggen hoe het echt is, zonder dat het direct gevolgen heeft. Zonder dat het ergens wordt vastgelegd.

Een buddy weet uit eigen ervaring hoe het is om in zo’n situatie te zitten en kan daardoor naast de ouder staan.

Als die emoties er mogen zijn, zakt de spanning. Het hoofd wordt rustiger. Er ontstaat weer ruimte om te luisteren en mee te denken.

Gelijkwaardigheid

Het gaat er niet om dat iedereen dezelfde rol heeft. Het gaat erom dat een ouder zich gezien en serieus genomen voelt. Dat er iemand naast hem of haar staat, niet erboven en niet ertegenover.

Iemand die niet zegt: “Ik begrijp dat dit moeilijk is,” maar die het echt begrijpt. Omdat die het zelf heeft meegemaakt.

Een andere vorm van communicatie

Een buddy kan zeggen: “Nu moet je even stil zijn en luisteren.” Of: “Ik snap dat je boos bent, maar dit helpt je kind niet.”

Dat zijn dingen die een hulpverlener niet kan zeggen. Niet omdat die dat niet zou willen, maar omdat de rol het niet toelaat.

Waarom hebben professionals vaak geen ruimte voor het informele gesprek?

Professionals doen hun best om ouders te helpen, maar werken binnen een systeem. De werkdruk is hoog en er zijn veel gezinnen die hulp nodig hebben. Er moet veel worden vastgelegd en er zijn afspraken waar ze aan moeten voldoen.

Daardoor is er vaak geen ruimte voor dat informele gesprek aan de keukentafel. De steun die een ouder op dat moment nodig heeft, past niet binnen de rol of de tijd van de hulpverlener.

De professional wil vooruit en stappen zetten. De ouder moet eerst even zijn verhaal kwijt. Die twee dingen lopen op dat moment langs elkaar heen.

Wat geven professionals zelf terug?

Veel professionals geven aan dat de inzet van een buddy hun werk makkelijker maakt. Gesprekken verlopen rustiger. Er zijn minder herhaalvragen, omdat de buddy de ouder helpt om overzicht te krijgen.

Uit onze cijfers blijkt dat 84 procent van de ouders zich beter gehoord voelt na begeleiding door een buddy. En 71 procent van de hulpverleners geeft aan dat trajecten soepeler verlopen.

Wat ze als eerste noemen, is rust. Ouders komen anders aan tafel. Minder gespannen en minder in de verdediging. Ze hebben hun verhaal al kunnen doen bij iemand die het begrijpt. Daardoor ontstaat er in het gesprek ruimte voor de inhoud. Voor het plan en de volgende stap, in plaats van voor de spanning die eerst nog in de weg zat.

Professionals geven ook aan dat ze minder herhaalcontacten hebben. Minder telefoontjes over kleine dingen. Minder vragen waar eigenlijk een groter gevoel achter zit. De buddy vangt dat op.

Conclusie: samenwerken vanuit gelijkwaardigheid

Samenwerking tussen ouders en professionals loopt vaak vast omdat er een gat zit tussen wat ouders nodig hebben en wat het systeem kan bieden. Het is geen onwil, van geen van beide kanten. Maar een hoofd vol zorgen luistert minder goed. En een professional met een volle agenda heeft niet altijd ruimte voor wat er onder het gesprek zit.

Een ouder met ervaring die tijdelijk naast een andere ouder staat, helpt dat gat te overbruggen. Zodat het gesprek weer op gang komt en er weer beweging ontstaat.

Bij Like a Buddy werken we dagelijks met ouders die vastlopen en met de gemeenten en professionals om hen heen. We zien wat er verandert als er een buddy naast een ouder staat. In gesprekken. In hoe er wordt samengewerkt. En in de rust die dat oplevert.

Wil je weten hoe dat er in jouw gemeente of organisatie uit kan zien? Neem contact met ons op. We denken graag met je mee over wat er speelt en wat daarin kan helpen.

Reacties
Categorieën